H2 - Afbeeldingen
01 - Type afbeeldingen
- Dit zijn oudere webformaten die je tegenwoordig liever niet meer als eerste keuze gebruikt:
JPG- RGB - compressieGIF- 256 kleuren - animatiePNG- RGB - transparantie
- Tegenwoordig gebruik je op websites bij voorkeur:
WEBP- lossy en lossless compressie - transparantie - animatieAVIF- lossy en lossless compressie - transparantie - animatie - ook geschikt voor HDR en bredere kleurweergave- Deze moderne formaten leveren vaak kleinere bestanden op, waardoor je website sneller laadt.
WEBPheeft brede browserondersteuning en is vaak een veilige moderne keuze.AVIFkan nog kleinere bestanden geven danWEBP, maar is wat zwaarder om te maken en te bewerken.
- Gebruik liever geen spaties in bestandsnamen en mapnamen. Dat is ongewenst en niet aan te raden.
Actie
- Maak eerst een map met de naam
www. - Plaats je
index.html-bestand in die mapwww. - Zet daarna ook enkele afbeeldingen in diezelfde map, zodat je ze straks makkelijk kunt gebruiken.
- Zorg dat je in elk geval een paar webafbeeldingen klaar hebt staan om straks op je pagina te gebruiken.
- Tip: maak van een afbeelding een
webpofavifmet Photopea.
02 - img element en attributen
- Met het
<img>-element plaats je een afbeelding op je pagina. - Het
<img>-element heeft geen sluit-tag. - Bij HTML-elementen kun je een attribuut noemen.
- Attributen worden alleen in de open tag geplaatst.
- Meerdere attributen in een tag zijn met spaties van elkaar gescheiden.
- Het
src-attribuut bij<img>verwacht een bestandsnaam en het pad naar de file.
<img src="koning.webp">
Actie
- Voeg nu zelf een
<img>-tag toe aan je pagina. - Zet de afbeelding onder de alinea's die je al op je pagina hebt staan.
- Controleer in de browser of de afbeelding zichtbaar wordt.
03 - Het alt-attribuut en title-attribuut
- Een attribuut dat verplicht is: het
alt-attribuut. - In het
alt-attribuut geef je mee wat je op de afbeelding ziet. - Hiermee wordt de website beter geschikt voor bijvoorbeeld slechtziende gebruikers.
- Als je geen
alt-attribuut gebruikt, krijg je fouten op je pagina en dat is ook ongunstig voor de vindbaarheid in zoekmachines. - Het
title-attribuut is niet verplicht, maar toont een label als je met de muis over de afbeelding gaat.
<img src="koning.webp" alt="Koning met kroon tijdens Koningsdag" title="Koningsdag">
Actie
- Voeg nu aan jouw eigen afbeelding ook een
alt-attribuut toe. - Geef in die tekst kort aan wat er op de afbeelding te zien is.
- Voeg daarna ook een
title-attribuut toe en bekijk in de browser wat er gebeurt als je met de muis over de afbeelding gaat.
04 - Height en width attributen
- De attributen
widthenheightzijn niet verplicht, maar kunnen wel handig zijn. - Ze helpen de browser om alvast ruimte voor de afbeelding te reserveren, waardoor de pagina rustiger laadt.
- Je geeft de waarde van deze attributen op als een getal in pixels.
- Alleen
widthopgeven mag ook, maar dan kiest de browser meestal automatisch een passende hoogte op basis van de afbeelding. - Als de hoogte niet bij de breedte past, kan de afbeelding vervormd raken.
<img src="koning.webp" alt="eten-en-amusement" width="400" height="300">
Actie
- Voeg aan jouw eigen afbeelding ook een
width-attribuut toe. - Voeg daarna eventueel ook een
height-attribuut toe. - Controleer in de browser of de afbeelding nog de juiste verhouding heeft.
05 - Navigeren door mappen
- Afbeeldingen staan vaak in een aparte map, bijvoorbeeld
imgofimages. - Je moet dan in je HTML aangeven in welke map de afbeelding staat.
- Als je HTML-bestand en je afbeelding niet in dezelfde map staan, moet je door mappen navigeren.
- Begin de route naar de afbeelding, dus het pad, altijd vanaf de plek waar je HTML-bestand met de
<img>-tag staat. - Als er naast je HTML-bestand een map staat die
imgheet, en daarin zitten je afbeeldingen, dan voeg je eerst de mapnaam toe en daarna de bestandsnaam in hetsrc-attribuut. - Voor elke map die je dieper gaat, voeg je gewoon de mapnaam toe aan het pad.
- Met
../ga je één map omhoog. - Op deze manier maak je een relatief pad, en dat heeft meestal de voorkeur bij het plaatsen van afbeeldingen op een website.
<img src="img/panem-et-circenses.webp" alt="brood-en-spelen">
Actie
- Maak een map met de naam
imgin dezelfde map als je HTML-bestand. - Zet daar een paar afbeeldingen in.
- Pas daarna je
<img>-tag aan, zodat hetsrc-attribuut naar een afbeelding in die map verwijst. - Controleer in de browser of de afbeelding nog steeds goed geladen wordt.
06 - Absolute paden en relatieve paden
- Een relatief pad begint vanuit de map van het huidige HTML-bestand.
- Een absoluut pad verwijst vanaf de hoofdmap van de website of vanaf een volledig internetadres.
- Relatieve paden gebruik je vaak binnen je eigen project.
- Absolute paden gebruik je bijvoorbeeld bij een afbeelding die al online staat.
<img src="img/kerstboom.jpg" alt="Relatief pad">
<img src="https://example.com/img/pasen.jpg" alt="Absoluut pad">
- Bij HTML-nieuwsbrieven kun je in de praktijk alleen absolute paden gebruiken, omdat je geen losse afbeeldingen met de e-mail kunt meesturen zoals bij een gewone website.
- De afbeeldingen die in de nieuwsbrief staan, moeten daarom eerst online gepubliceerd zijn voordat de nieuwsbrief wordt verstuurd.
Actie
- Plaats op je pagina één afbeelding met een relatief pad.
- Plaats daarnaast ook één afbeelding met een absoluut pad.
- Zoek daarvoor een afbeelding op internet op en gebruik de directe link naar die afbeelding in je eigen
src-attribuut. - Controleer daarna in de browser of beide afbeeldingen goed zichtbaar zijn.