27MC / Citizens Band-radio

Algemene informatie
Zet een 27MC-radio nooit op zenden zonder antenne. Gebruik je een losse CB-antenne, stel die dan eerst af met een SWR-meter.

Doe je dat toch, dan kan de eindtrap beschadigd raken. Dat valt meestal niet onder garantie.

Gebruik ook nooit twee antennes tegelijk op hetzelfde apparaat. Ook daardoor kan schade ontstaan.

Algemeen

Algemeen

CB-radio, ook wel 27MC genoemd, is bedoeld voor korte radioverbindingen zonder dat je meteen een zendamateur hoeft te zijn. Het systeem werd vooral bekend in de jaren 70 en 80, toen vrachtwagenchauffeurs, hobbyisten en kleine bedrijven het veel gebruikten.

Ook nu is 27MC nog interessant. Je hebt geen abonnement, internet of telefoonnetwerk nodig. Met een goede radio en een goed afgestelde antenne kun je lokaal communiceren, onderweg contact houden en in sommige gevallen ook verre verbindingen maken wanneer de condities goed zijn.

Eerste stappen

Als je voor het eerst met 27MC begint, houd het dan simpel. Werk in deze volgorde:

  1. Sluit eerst een goede antenne aan.
  2. Controleer of de antenne goed is afgestemd als je een externe CB-antenne gebruikt.
  3. Zet de radio aan en stel volume en squelch rustig in.
  4. Kies een kanaal en luister eerst even of het vrij is.
  5. Doe daarna pas een korte oproep of radio check.

De rest van deze pagina kun je daarna gebruiken als uitleg en naslagwerk.


Oproep doen op de radio (CB / zendamateur)

Op CB gebruik je vaak een handle. Dat is gewoon je bijnaam op de radio, bijvoorbeeld NordStar.

Voorbeeld oproep:

This is NordStar 707 in the mountains of North Carolina trying for the world.

Daarmee doe je een algemene oproep en laat je horen dat je graag contact wilt maken.


Heb je een zendamateurlicentie, dan krijg je officiële roepletters. Bij een algemene oproep gebruik je meestal `CQ`, gevolgd door je call-sign.

`CQ` is een algemene oproep voor iedereen die luistert op dat kanaal of die frequentie. Je spreekt het meestal uit als "seek you".

Voorbeeld (Duitse zendamateur):

Hello CQ from Delta Golf 2 Romeo Bravo Hotel

Dat is call-sign `DG2RBH`, uitgesproken met het spellingsalfabet.


Zeg je er `DX` bij, dan geef je aan dat je zoekt naar verre verbindingen.

Voorbeeld:

CQ CQ DX Crossway 01

Je spreekt dit uit als:

Seek you, seek you, dee ex Crossway zero one


Kort samengevat

  • Handle = zelfbedachte bijnaam (CB)
  • Call-sign = officiële roepletters (zendamateur)
  • CQ = algemene oproep voor iedereen
  • DX = je zoekt verre verbindingen
  • Spellingsalfabet wordt gebruikt om call-signs duidelijk uit te spreken

A - Alfa

B - Bravo

C - Charlie

D - Delta

E - Echo

F - Foxtrot

G - Golf

H - Hotel

I - India

J - Juliett

K - Kilo

L - Lima

M - Mike

N - November

O - Oscar

P - Papa

Q - Quebec

R - Romeo

S - Sierra

T - Tango

U - Uniform

V - Victor

W - Whiskey

X - X-ray

Y - Yankee

Z - Zulu


CB Radio slang woorden (USA)
Woord Uitleg Voorbeeld
Smokey Politie of highway patrol. Watch out, there's a Smokey at mile marker 120.
Advertising Met koplampen seinen om andere chauffeurs te waarschuwen, meestal voor politie. There's advertising up ahead.
Bear Politieagent. Varianten zijn onder andere bear in the air en bear in the bushes. Careful, there's a bear taking pictures.
10-4 Oké, begrepen of ontvangen. We meet at exit 12. 10-4!
Breaker breaker Gebruikt om in te breken in een gesprek op het kanaal. Breaker breaker one-nine, anyone got a radio check?
Radio check Testen of je radio goed werkt. Can I get a radio check?
Handle Je bijnaam op de radio. My handle is Roadrunner.
Hammer down Hard rijden of gas geven. I'm hammer down to Texas.
Parking lot File of stilstaand verkeer. Highway 40 is a parking lot today.
Rubber duck Leider van een groep vrachtwagens in een convoy. Rubber duck to all trucks, we're rolling.
Hakey Slechte verbinding. Your signal is hakey today.
Copy Ik hoor je of ik begrijp je. Copy that, you're coming in clear.
Negative Nee. Negative, no traffic this way.
Affirmative Ja. Affirmative, road is clear.
What's your 20? Waar ben je? What's your 20, good buddy?
Got your ears on? Luister je mee? Breaker one-nine, got your ears on?
Come back Antwoord of reageer even terug. Mobile station, come back.
Standing by Ik luister en wacht op reactie. This is Crossway 01 standing by.

Voorbeeldgesprekken

Voorbeeld 1

Breaker breaker one-nine,
This is Roadrunner, got your ears on?
Watch out, there's a bear in the bushes at mile 210.
10-4 good buddy, appreciate it.

Voorbeeld 2

Breaker one-nine,
Anyone got a copy on advertising eastbound?
I saw a lot of flashing lights back there.

Antennes

Algemeen

De antenne bepaalt voor een groot deel hoe goed je radio werkt. Voor beginners is dit vaak belangrijker dan extra vermogen of extra functies op de radio.

  • Hoe hoger de antenne staat, hoe beter het bereik.
  • Zet een antenne zo vrij mogelijk, dus niet vlak naast muren of grote metalen delen.
  • Bij een auto-antenne is een groot metalen oppervlak belangrijk als massa of ground plane.
  • Het midden van het autodak is meestal de beste plek voor een mobiele antenne.
  • Monteer een antenne niet vlak naast een schoorsteen, regenpijp of zonnepanelen.
  • Gebruik goede coaxkabel en voorkom knikken of scherpe bochten.
  • Een langere antenne geeft meestal een beter bereik dan een korte antenne.
  • Voor een basisantenne geldt: liever hoog en vrij dan laag en weggewerkt.
  • Houd antennes uit de buurt van stroomkabels.
  • Zorg dat buitenantennes goed geaard zijn tegen bliksem en statische lading.
  • Gebruik waterdichte tape of krimpkous op coax-connectoren buiten.
  • Hoe beter de massa (ground plane), hoe lager meestal de SWR.

Antron 99

Antron 99

De Antron 99, vaak afgekort als A99, is een bekende verticale antenne voor 27 MHz. Veel mensen gebruiken hem ook op 28 MHz. Het is een lichte glasfiber antenne die populair is omdat hij eenvoudig te plaatsen is en in de praktijk goed presteert.

Wat voor antenne is de Antron 99?

Je kunt de Antron 99 zien als een verticale end-fed antenne van ongeveer 5,5 meter. Grote radialen zijn meestal niet nodig, omdat de aanpassing al in de antenne zit.

Eigenschappen:

  • Lengte: ± 5,5 meter
  • Frequentie: 26 - 30 MHz
  • Polarisatie: verticaal
  • Impedantie: 50 ohm
  • Aansluiting: PL (coax)
  • Materiaal: glasfiber
  • Gewicht: licht
  • SWR instelbaar met ringen onderaan

Waar wordt de Antron 99 voor gebruikt?

Je ziet deze antenne vooral terug bij:

  • CB radio (27 MHz / 11 meter)
  • 10 meter band (28 MHz)
  • Lokale verbindingen
  • DX (lange afstand via skip)
  • Basisstation thuis

Het is geen mobiele antenne, maar een basisantenne voor op een dak of mast.

Plaatsing van de Antron 99

Ook hier geldt: zet hem zo hoog en vrij mogelijk. In de praktijk werkt hij het prettigst als hij enkele meters boven het dak staat en niet strak tegen een metalen mast aan zit.

Antennes afstellen met SWR meter
SWR meter

Wat is SWR?
SWR = Standing Wave Ratio. Dit geeft aan hoeveel vermogen er terugkomt van je antenne naar je radio.

SWR Betekenis
1.0 Perfect
1.2 - 1.5 Heel goed
1.5 - 2.0 Acceptabel
2.0 - 3.0 Niet goed, antenne afstellen
> 3.0 Niet zenden! Kans op schade

Aansluiten van de SWR meter

Je zet de meter tussen de radio en de antenne. CB radio -> SWR meter -> Antenne.
Op de SWR meter staan meestal aansluitingen:

  • TX / Transmitter - naar de radio
  • ANT / Antenna - naar de antenne

Antenne afstellen - stappen

Doe dit buiten, niet in een garage.

Stap 1

Zet de radio op:

  • AM of FM
  • Kanaal 20 (middelste kanaal)

Stap 2 - Meter calibreren

  1. Zet de SWR meter op FWD of CAL
  2. Druk de zendknop in (PTT)
  3. Draai aan de CAL knop tot de meter op SET staat
  4. Laat de zendknop los

Stap 3 - SWR meten

  1. Zet de meter op REF of SWR
  2. Druk weer de zendknop in
  3. Lees de SWR waarde af
  4. Laat de zendknop los

Stap 4 - Meten op kanaal 1 en 40

Nu ga je bepalen of de antenne te lang of te kort is.

Meet:

  • Kanaal 1
  • Kanaal 40

Vergelijk de SWR:

Meting Betekenis
SWR hoger op kanaal 1 Antenne te kort
SWR hoger op kanaal 40 Antenne te lang

Stap 5 - Antenne aanpassen

De meeste antennes hebben een stelschroef of inbus.

Probleem Oplossing
Antenne te kort Antenne langer maken
Antenne te lang Antenne korter maken

Doe steeds kleine stapjes (2-3 mm).

Daarna weer meten op kanaal 1 en 40 totdat ze ongeveer gelijk zijn en rond 1.2-1.5 zitten.


Doelwaarden

Probeer ongeveer dit te krijgen:

Kanaal 1 -> SWR 1.3
Kanaal 20 -> SWR 1.2
Kanaal 40 -> SWR 1.3

Dat is perfect afgesteld.

Basisstation

President Lincoln II+ - mobiele radio die ook goed werkt als basisstation

President Lincoln II+

Hieronder vind je de belangrijkste knoppen en functies van de President Lincoln II+. De eenvoudige functies zijn kort uitgelegd. De lastigere functies staan uitgebreider beschreven, zodat je deze sectie ook als naslagwerk kunt gebruiken.

Bediening en functies van de radio

1. Aan/Uit en Volume

Met de `VOLUME` knop zet je de radio aan of uit en regel je het volume. Draai je naar rechts, dan gaat de radio aan en wordt het geluid harder. Draai je naar links, dan gaat het volume omlaag en uiteindelijk de radio uit.

2. RF Power

Met `RF POWER` regel je het zendvermogen. Naar rechts is meer vermogen, naar links is minder.

Maximaal zendvermogen Lincoln II+

Ongeveer (fabriekswaarden / praktijk):

Modulatie Vermogen
AM ± 12 Watt
FM ± 35 Watt
USB ± 35 Watt PEP
LSB ± 35 Watt PEP
CW ± 35 Watt
PA Geen RF vermogen (alleen audio versterker)

Belangrijk:

  • AM heeft veel minder vermogen
  • SSB (USB/LSB) heeft het meeste effectieve bereik
  • FM zit daar een beetje tussen

Bij SSB wordt vaak in `PEP` gemeten. Dat is een andere manier van meten dan wat je meestal bij AM of FM ziet.

Waarom RF Power verlagen?

Je hoeft niet altijd op vol vermogen te zenden. In veel situaties is iets minder al voldoende.

Je verlaagt RF Power bijvoorbeeld:

  • Bij lokale verbindingen
  • Als je SWR niet perfect is
  • Om storing te voorkomen
  • Om de radio minder warm te laten worden
  • Als je voeding niet sterk genoeg is
  • Bij gebruik van een lineair (versterker)
  • Voor betere modulatie op AM
  • Om andere stations niet te oversturen

Vuistregel:
Gebruik zoveel vermogen als nodig is, maar niet meer dan dat.

Vermogen vs bereik

Veel mensen denken dat dubbel vermogen = dubbel bereik, maar dat klopt niet.

Vermogen Relatieve veldsterkte
4 W Basis
16 W 2x zo sterk
36 W 3x zo sterk
100 W 5x zo sterk

Om 1 S-punt sterker te worden heb je ongeveer 4x zoveel vermogen nodig.

3. Squelch / ASC

Met squelch onderdruk je ruis als er geen bruikbaar signaal binnenkomt. Zonder squelch hoor je steeds ruis uit de speaker. Met squelch blijft de luidspreker dicht tot er een sterk genoeg signaal binnenkomt.

Je kunt squelch handmatig instellen of automatisch laten regelen via `ASC`.

Handmatige Squelch

Bij handmatige squelch draai je de knop net zover dicht tot de ruis verdwijnt. Meestal is dat de prettigste instelling.

  • Te laag ingesteld - je hoort constant ruis.
  • Te hoog ingesteld - zwakke stations hoor je niet meer.
  • Beste instelling - net boven het punt waar de ruis verdwijnt.

Handmatige squelch werkt het beste als je naar zwakke signalen of DX wilt luisteren, omdat je dan zelf bepaalt hoe gevoelig de radio is.

ASC (Automatic Squelch Control)

`ASC` is een automatische squelch. De radio bepaalt dan zelf wanneer de speaker open of dicht moet.

Voordelen van ASC:

  • Je hoeft niets in te stellen.
  • Werkt goed tijdens mobiel gebruik in de auto.
  • Past zich automatisch aan bij veranderende ruis.
  • Rustiger luisteren bij normaal gebruik.

Nadelen van ASC:

  • Soms sluit hij zwakke signalen af.
  • Voor DX en zwakke stations is handmatige squelch vaak beter.

Wanneer gebruik je wat?

  • In de auto of bij normaal gebruik - ASC aan.
  • Thuis luisteren naar zwakke stations - handmatige squelch.
  • Bij DX luisteren - squelch vaak heel laag of zelfs helemaal open.

Kort samengevat:

  • Squelch stopt ruis wanneer er geen signaal is.
  • Handmatige squelch stel je zelf in.
  • ASC doet dit automatisch.
  • Voor sterke signalen is ASC handig.
  • Voor zwakke signalen is handmatig beter.
4. Menu

Houd de `MENU` knop ongeveer 2 seconden ingedrukt om het menu te openen. Met de pijltoetsen kies je een functie en met de draaiknop verander je de instelling.

Menu functies

5. Geheugen (MEM / STORE)

Met de geheugenfunctie kun je kanalen, frequenties en instellingen opslaan. Dat is handig als je vaak wisselt tussen vaste kanalen of veelgebruikte frequenties.

MEM (Memory)

Druk je kort op `MEM`, dan ga je naar de geheugenmodus. Daar kun je bladeren door de kanalen of frequenties die je eerder hebt opgeslagen.

Dit is handig als je bijvoorbeeld:

  • Een lokaal kanaal hebt
  • Een DX frequentie hebt
  • Een repeater frequentie hebt
  • Een scanfrequentie hebt
  • Een noodkanaal wilt opslaan

STORE (Opslaan)

Als je een kanaal of frequentie wilt opslaan:

  1. Zet de radio op het gewenste kanaal of frequentie.
  2. Kies de juiste band en modulatie (AM, FM, USB, LSB).
  3. Houd de MEM/STORE knop langer ingedrukt.
  4. Kies een geheugenplaats (bijvoorbeeld M1 t/m M6).
  5. Bevestig om op te slaan.

De radio onthoudt meestal:

  • Frequentie of kanaal
  • Band
  • Modulatie (AM/FM/USB/LSB)
  • Soms ook CTCSS/DCS of andere instellingen

Praktisch gebruik van geheugenkanalen

Veel mensen gebruiken geheugenplaatsen bijvoorbeeld zo:

  • M1 = lokaal kanaal
  • M2 = kanaal 19
  • M3 = 27.555 USB (DX kanaal)
  • M4 = 10 meter frequentie
  • M5 = repeater frequentie
  • M6 = scan frequentie

Zo kun je snel wisselen tussen belangrijke frequenties zonder te draaien aan de knop.

Kort samengevat

  • MEM = opgeslagen kanalen bekijken en gebruiken
  • STORE = huidig kanaal/frequentie opslaan
  • Handig voor vaste kanalen, DX frequenties en repeaters
  • Radio slaat meestal kanaal, band en modulatie op
6. Draaiknop (PUSH)

De draaiknop is de centrale bediening van de radio. Je gebruikt hem om frequenties, kanalen en menu-instellingen te veranderen. Je kunt hem draaien en indrukken.

Draaien

Door aan de knop te draaien verander je:

  • Frequentie
  • Kanaal
  • Menu-instellingen
  • Geheugenkanalen (in MEM-modus)
  • Split instellingen
  • CTCSS/DCS waarden
  • Menu opties

Met de draaiknop stel je dus bijna alle instellingen van de radio in.

Indrukken (PUSH functie)

Als je de knop indrukt, verander je meestal de stapgrootte (step) van de frequentie. Dit betekent hoeveel de frequentie verandert wanneer je aan de knop draait.

Veel voorkomende stappen zijn bijvoorbeeld:

  • 10 Hz
  • 100 Hz
  • 1 kHz
  • 5 kHz
  • 10 kHz

Kleine stappen gebruik je om een signaal precies af te stemmen (vooral bij SSB). Grote stappen gebruik je om snel door de band te draaien.

Praktisch gebruik

  • Grote step - snel door frequenties zoeken
  • Kleine step - precies afstemmen op een station
  • Bij USB/LSB gebruik je vaak kleine stappen voor de beste verstaanbaarheid

In menu's

In het menu gebruik je de draaiknop om waarden te veranderen en instellingen te kiezen. Soms moet je de knop indrukken om een instelling te bevestigen of om naar de volgende instelling te gaan.

Kort samengevat

  • Draaien = frequentie of waarde veranderen
  • Indrukken = stapgrootte veranderen of bevestigen
  • Grote stappen = snel zoeken
  • Kleine stappen = precies afstemmen (vooral bij SSB)
  • Wordt ook gebruikt in menu's en geheugeninstellingen

De draaiknop is dus eigenlijk de centrale bediening van de radio.

7. Clarifier

Met de clarifier kun je de ontvangst iets bijregelen, zodat stemmen natuurlijker en duidelijker klinken. Vooral bij SSB is dat handig.

8. Microfoon Gain

Met `Mic Gain` regel je hoe sterk je microfoonsignaal wordt versterkt voordat het wordt uitgezonden. Daarmee bepaal je dus hoe hard en hoe vol je stem doorkomt.

Als de Mic Gain hoger staat, wordt je stem sterker versterkt en moduleer je harder. Je signaal klinkt dan luider bij de ontvanger. Als de Mic Gain te hoog staat, kan je modulatie vervormen en wordt het geluid schel of overstuurd. Als de Mic Gain te laag staat, klinkt je signaal zacht en moet de andere persoon het volume hoger zetten om je te verstaan.

Belangrijk verschil:

  • Volume = hoe hard jij anderen hoort
  • RF Gain = gevoeligheid van jouw ontvanger
  • Mic Gain = hoe hard anderen jou horen

Wanneer gebruik je Mic Gain?

  • Bij een zachte stem - Mic Gain hoger
  • Bij een versterkte microfoon - Mic Gain lager
  • Bij AM/FM - meestal middel tot hoog
  • Bij USB/LSB (SSB) - belangrijk om goed af te regelen
  • Als mensen zeggen dat je vervormd klinkt - Mic Gain lager
  • Als mensen zeggen dat je zacht klinkt - Mic Gain hoger

Praktische instelling

Een veelgebruikte methode is:

  • Zet Mic Gain ongeveer op 50-70%
  • Vraag een tegenstation hoe je klinkt
  • Verhoog langzaam tot je goed hard klinkt zonder vervorming
  • Bij SSB liever iets te laag dan te hoog

Te hoge Mic Gain herken je aan:

  • Vervormd geluid
  • Schel geluid
  • Achtergrondruis wordt mee uitgezonden
  • Overmodulatie
  • Andere stations klagen dat je "spettert" of "overstuurt"

Kort samengevat

  • Mic Gain = hoe sterk jouw stem wordt uitgezonden
  • Te hoog = vervorming
  • Te laag = zacht signaal
  • Goed instellen zorgt voor duidelijke modulatie
  • Vooral belangrijk bij SSB (USB/LSB)
9. RF Gain

Met `RF Gain` regel je de gevoeligheid van de ontvanger. Je bepaalt daarmee hoeveel van de inkomende signalen de radio nog meeneemt. Deze knop heeft invloed op wat je hoort, niet op wat je uitzendt.

Normaal staat RF Gain volledig open (maximaal). De radio is dan het meest gevoelig en kan ook zwakke signalen ontvangen. Dit is meestal de beste stand wanneer je naar verre stations (DX) wilt luisteren.

Als er sterke stations in de buurt zijn of veel ruis en storing, kan het gebeuren dat de ontvanger overstuurd raakt of dat je veel ongewenste signalen hoort. Door de RF Gain iets terug te draaien, maak je de ontvanger minder gevoelig. Zwakke signalen verdwijnen dan, maar sterke signalen blijven goed hoorbaar. Hierdoor wordt het luisteren vaak rustiger en duidelijker.

Wanneer gebruik je RF Gain?

  • Bij sterke lokale stations - RF Gain iets dicht draaien
  • Bij veel ruis of storing - RF Gain iets dicht draaien
  • Bij DX en zwakke signalen - RF Gain volledig open
  • In de auto - vaak iets terug draaien voor rustiger geluid
  • In drukke band - helpt om alleen sterke stations te horen

RF Gain en Squelch werken samen

  • Squelch bepaalt wanneer je iets hoort
  • RF Gain bepaalt hoe gevoelig de ontvanger is
  • Vaak zet je RF Gain iets terug en stel je daarna squelch opnieuw in

Praktische tip

Veel mensen gebruiken RF Gain een beetje als een soort "ruisfilter":

  • Eerst RF Gain iets terug
  • Daarna squelch instellen
  • Dan krijg je vaak rustiger ontvangst

Kort samengevat

  • RF Gain = gevoeligheid van de ontvanger
  • Heeft geen invloed op zendvermogen
  • Open voor zwakke signalen en DX
  • Iets dicht bij sterke signalen of storing
  • Werkt samen met squelch voor rustige ontvangst
10. Kanaal / Frequentie knoppen

Met de pijltoetsen kun je van kanaal of frequentie veranderen.

11. Display

Het display toont kanaal, frequentie, spanning, SWR en andere instellingen.

12. Scan / DW

Scan zoekt automatisch naar actieve kanalen. Dual Watch luistert naar twee kanalen tegelijk.

13. NB / ANL - Hi-Cut

Filters om storingen en ruis te verminderen. Gebruik deze bij slechte ontvangst.

  • NB (Noise Blanker)
    Vermindert korte, scherpe storingen zoals ontstekingsruis van auto's, elektrische motoren, schakelende voedingen, LED-verlichting en andere pulsvormige storingen. Vooral nuttig in de auto of in een omgeving met veel elektronica.
  • ANL (Automatic Noise Limiter)
    Vermindert algemene achtergrondruis en storingen op de band. Werkt goed bij AM en SSB en maakt zwakke signalen beter verstaanbaar. Wordt vaak samen met NB gebruikt.
  • HI-CUT
    Filtert hoge tonen uit het audiosignaal. Hierdoor wordt scherpe ruis minder en klinkt het geluid rustiger en warmer. Handig bij SSB of wanneer een signaal schel klinkt.
14. Echo / Echo Set

Echo voegt een echo-effect toe aan je stem. Je kunt echo volume en echo tijd instellen.

15. Roger / Beep

Geeft een piep als je stopt met praten zodat de ander weet dat hij kan praten.

16. EMG 1/2 - Lock

EMG zijn noodkanalen (bijvoorbeeld kanaal 9 en 19). Met Lock vergrendel je de knoppen.

17. INDIC / Call

Met deze knop kun je de voedingsspanning bekijken en een oproeptoon versturen.

  • Voltage (INDIC)
    Wanneer je kort op deze knop drukt, toont het display de voedingsspanning van de radio, bijvoorbeeld 13.8V. Dit is handig om te controleren of de voeding goed is. In een auto hoort de spanning meestal tussen 13.2V en 14.4V te liggen als de motor draait. Thuis met een voeding is dit meestal rond 13.8V. Als de spanning te laag is, kan het zendvermogen lager worden of kan de radio minder goed werken.
  • Call (oproeptoon)
    Wanneer je de knop langer ingedrukt houdt, verstuurt de radio een vooraf ingestelde oproeptoon via de zender. Dit is een soort pieptoon waarmee je kunt laten horen dat je een oproep doet, zonder te spreken. Dit wordt soms gebruikt om een gesprek te starten of om iemand te laten weten dat je op een kanaal zit te luisteren. Op het display verschijnt dan meestal TX omdat de radio zendt tijdens de toon.
18. Split / Split Set

Met de split-functie kun je op een andere frequentie zenden dan waarop je ontvangt. Dat wordt vooral gebruikt bij repeaters of wanneer stations bewust met twee frequenties werken.

Normaal gesproken werkt een radio simplex: je zendt en ontvangt op dezelfde frequentie.

Bij Split werkt de radio duplex (of semi-duplex): je ontvangt op frequentie A en zendt op frequentie B.

Dit wordt bijvoorbeeld gebruikt:

  • Bij repeaters (vooral op 10 meter, 2 meter en 70 cm)
  • Bij DX-verbindingen waar een station zegt: "listening up 5"
  • Om storingen te vermijden
  • Wanneer veel stations een station proberen te bereiken

Wat kun je instellen met Split Set?

Met Split Set stel je meestal twee dingen in:

  1. Offset (frequentie verschil)
    Dit is het verschil tussen de zend- en ontvangstfrequentie, bijvoorbeeld:
    +100 kHz
    -100 kHz
    +600 kHz (bij repeaters)
    +5 kHz (bij sommige DX split frequenties)
  2. Direction (+ of -)
    Hiermee bepaal je of je hoger of lager zendt dan je ontvangstfrequentie.
    Plus (+) = je zendt hoger in frequentie
    Min (-) = je zendt lager in frequentie

Voorbeeld:

Je luistert op 27.555 MHz
Met split +5 kHz zend je op 27.560 MHz

Dus:

  • RX = 27.555
  • TX = 27.560

Wanneer gebruik je Split in de praktijk?

  • Bij repeaters op de 10 meter band
  • Bij DX stations die werken met split frequenties
  • Wanneer een station zegt: "listen up" of "up 5"
  • Wanneer er veel stations op een frequentie zitten

Voor normale CB (27 MHz) wordt Split bijna nooit gebruikt, maar op de 10 meter band en bij DX-verkeer wel.

Kort samengevat:

  • Normaal: zenden en ontvangen op dezelfde frequentie
  • Split: ontvangen op frequentie A, zenden op frequentie B
  • Wordt gebruikt voor repeaters en DX-verkeer
  • Met Split Set stel je offset en richting in
19. Mode / CTCSS - DCS

Mode

Hier kies je de modulatie: `AM`, `FM`, `USB`, `LSB`, `CW` of `PA`. De andere kant moet dezelfde modulatie gebruiken, anders hoor je elkaar niet goed.

Modulatie Betekenis (letterlijk) Wanneer gebruiken Eigenschappen
AM Amplitude Modulation Meest gebruikt op CB-radio. Geschikt voor normaal gebruik, korte tot middelafstand, vooral in gebieden met obstakels zoals gebouwen en heuvels. Gemiddeld bereik, redelijk gevoelig voor ruis, maar werkt goed in verschillende omstandigheden.
FM Frequency Modulation Voor korte afstand en lokaal verkeer, bijvoorbeeld in de auto of portofoon. Vaak gebruikt in Europa voor CB communicatie. Zeer helder geluid, weinig ruis, maar meestal korter bereik dan AM en SSB.
SSB (Single Side Band) betekent letterlijk "enkele zijband". Bij normale AM modulatie worden een draaggolf en twee zijbanden uitgezonden. Bij SSB wordt de draaggolf verwijderd en blijft er maar een zijband over (USB = Upper Side Band of LSB = Lower Side Band). Daardoor gaat bijna al het zendvermogen naar het signaal zelf en niet naar de draaggolf. Hierdoor kun je met hetzelfde vermogen veel grotere afstanden halen dan met AM of FM. SSB wordt daarom vooral gebruikt voor lange afstand (DX) verbindingen.
USB Upper Side Band Voor lange afstand communicatie (DX), wanneer propagatie goed is. Groot bereik, efficiënt zendvermogen, minder bandbreedte, stemmen klinken iets anders.
LSB Lower Side Band Ook voor lange afstand communicatie. Op sommige banden wordt standaard LSB gebruikt. Zelfde voordelen als USB, keuze tussen USB/LSB afhankelijk van band en gebruikers.
CW Continuous Wave (Morse code) Voor morsecode communicatie over zeer lange afstand. Zeer groot bereik, weinig vermogen nodig, maar je moet morsecode kunnen seinen.
PA Public Address Je zendt niet via de antenne maar je praat via de microfoon door een extern aangesloten luidspreker, bijvoorbeeld als omroepinstallatie. Geen radioverbinding, alleen versterker voor microfoon.

CTCSS / DCS

CTCSS en DCS zijn systemen waarmee je een kanaal kunt gebruiken zonder dat je steeds andere gesprekken of ruis hoort. De radio ontvangt dan alleen signalen die een bepaalde toon of code meesturen. Het wordt vooral gebruikt bij repeaters en bij portofoons.

CTCSS betekent Continuous Tone Coded Squelch System. Dit is een heel lage toon (bijvoorbeeld 88.5 Hz) die continu wordt meegestuurd terwijl je zendt. Deze toon hoor je niet, maar de ontvanger kan hem wel detecteren. Alleen als jouw radio dezelfde toon ontvangt, gaat de squelch open en hoor je het gesprek.

DCS betekent Digital Coded Squelch. Dit werkt hetzelfde als CTCSS, maar gebruikt een digitale code in plaats van een toon. Het idee is hetzelfde: je hoort alleen stations die dezelfde code gebruiken.

Belangrijk om te weten:
CTCSS en DCS geven geen privacy en geen geheim kanaal. Iedereen kan je nog steeds horen als ze zonder CTCSS luisteren. Het zorgt er alleen voor dat jouw luidspreker stil blijft totdat een signaal met de juiste toon of code binnenkomt.

Waar wordt het voor gebruikt?

  • Bij repeaters zodat meerdere groepen dezelfde frequentie kunnen gebruiken
  • Bij portofoons binnen bedrijven of evenementen
  • Om ruis en vreemde gesprekken niet steeds te horen
  • Om alleen je eigen groep te horen op een druk kanaal

Voorbeeld:

Stel meerdere groepen gebruiken dezelfde frequentie.
Groep A gebruikt CTCSS toon 88.5 Hz
Groep B gebruikt CTCSS toon 123.0 Hz

Beide groepen zitten op dezelfde frequentie, maar horen elkaar niet omdat de radio alleen opent bij de juiste toon.

Wanneer gebruik je dit op de radio?

  • Bij repeaters (vooral op 10 meter, 2 meter en 70 cm)
  • Bij portofoon-achtig gebruik
  • Als je met een vaste groep op dezelfde frequentie werkt
  • Niet nodig voor normaal CB-gebruik

Kort samengevat:

  • CTCSS = analoge toon
  • DCS = digitale code
  • Zorgt dat je alleen signalen hoort met dezelfde toon/code
  • Geeft geen privacy, alleen een soort selectieve squelch
  • Vooral gebruikt bij repeaters en portofoons
20. Band / +10 kHz

Hiermee wissel je tussen banden en frequenties.

  • Een band is een blok van 40 kanalen.
  • Elke band verschuift ongeveer 400 kHz ten opzichte van de volgende band.
  • Band A is de normale CB-band en bevat de frequenties die iedereen gebruikt.
  • Andere banden zijn extra frequenties buiten de standaard CB kanalen.
  • Twee radio's horen elkaar alleen als frequentie en modulatie (AM/FM) gelijk zijn.
  • +10 kHz verschuift de frequentie nog eens 10 kHz.
21. Vox / Vox Set

Met `VOX` gaat de radio automatisch zenden zodra je spreekt. Je hoeft dan niet steeds op de `PTT` te drukken. Dat kan handig zijn in de auto of als je je handen vrij wilt houden.

Wanneer VOX aan staat, schakelt de radio automatisch van ontvangst (RX) naar zenden (TX) zodra het geluid boven een bepaalde drempel komt. Als je stopt met praten, schakelt de radio na een korte tijd weer terug naar ontvangst.

VOX SET - instellingen

Met VOX SET kun je instellen hoe gevoelig en hoe snel VOX reageert. Meestal kun je drie dingen instellen:

  • VOX Sensitivity (gevoeligheid)
    Dit bepaalt hoe snel de radio gaat zenden wanneer je praat. Hoge gevoeligheid betekent dat de radio al gaat zenden bij zacht praten. Lage gevoeligheid betekent dat je harder moet praten voordat de radio gaat zenden. Als deze te hoog staat, kan de radio ook gaan zenden door achtergrondgeluid of ruis.
  • Anti-VOX (ruisonderdrukking voor VOX)
    Hiermee voorkom je dat de radio gaat zenden door geluid uit de luidspreker of omgevingsgeluid. Dit is vooral belangrijk in de auto, omdat anders het geluid van de radio zelf de zender kan activeren.
  • VOX Delay (vertraging)
    Dit bepaalt hoe lang de radio blijft zenden nadat je bent gestopt met praten. Korte delay betekent dat de radio snel stopt met zenden. Lange delay betekent dat de radio nog even blijft zenden zodat zinnen niet worden afgekapt. Meestal is een middelmatige delay het prettigst.

Praktische tips voor VOX:

  • Zet VOX gevoeligheid niet te hoog, anders gaat de radio vanzelf zenden.
  • Gebruik Anti-VOX als de radio zichzelf activeert door het geluid van de speaker.
  • Zet VOX Delay niet te kort, anders valt het einde van je zin weg.
  • VOX werkt het beste in een rustige omgeving of met een headset.

In de praktijk wordt VOX niet door iedereen gebruikt, maar het kan handig zijn tijdens mobiel gebruik, bij hands-free werken of wanneer je vaak korte berichten uitwisselt. Voor lange gesprekken gebruiken veel mensen toch liever de normale PTT-knop.

22. Microfoon aansluiting

Aansluiting voor de microfoon zit aan de voorkant.

23. PTT

Zendknop op de microfoon. Ingedrukt = zenden, loslaten = luisteren.

Versterkers

Versterkers

Voor beginners is een versterker meestal niet het eerste waar je naar hoeft te kijken. Een goede antenne en een nette afstelling zijn belangrijker. Toch is het handig om te weten wat een versterker doet en waar je op moet letten.

  • Een versterker zet meer zendvermogen achter je radio. Je plaatst hem tussen de radio en de antenne.
  • Je hoort ook vaak de namen lineair, eindtrap of power amp.
  • Mensen gebruiken een versterker meestal om verder weg beter gehoord te worden.
  • Een goede antenne, lage SWR en nette afstelling leveren vaak meer op dan alleen extra vermogen.
  • Aansluiten is niet ingewikkeld, maar voeding, bekabeling, koeling en massa moeten wel in orde zijn.
  • Gebruik een versterker nooit als de SWR niet goed is. Dan kunnen zowel radio als versterker beschadigd raken.
  • Voor vergunningvrij 27MC-gebruik in Nederland is 4 watt het bekende maximum.
  • Heb je een N-registratie, dan mag je op amateurbanden meer vermogen gebruiken. Dat is niet automatisch hetzelfde als meer vermogen op de gewone 27MC-kanalen.
KL503
KL503 versterker

Belangrijkste specificaties

  • Frequentiebereik: 25 tot 30 MHz.
  • Geschikt voor: SSB, CW, AM en FM.
  • Voedingsspanning: 13,8 V DC, ongeveer plus of min 1 volt.
  • Stroomverbruik: maximaal ongeveer 32 ampère.
  • Benodigde voeding: minimaal 40 ampère continu.
  • Ingangsvermogen radio: ongeveer 4 tot 5 watt voor volle uitsturing, met 6 watt als absoluut maximum.
  • Uitgangsvermogen: maximaal ongeveer 300 watt.
  • Bypass-vermogen wanneer de versterker uit staat: maximaal 50 watt.
  • Input VSWR: ongeveer 1,1 tot 1,5 : 1.

FM en SSB

  • Op SSB haalt de KL503 ongeveer zijn volle uitgangsvermogen, tot rond de 300 watt piek.
  • Op FM kan hij ook veel vermogen leveren, maar FM is een zware mode omdat de versterker dan continu hard moet werken.
  • De handleiding waarschuwt daarom dat je op FM of andere hoge duty-cycle modes niet te lang achter elkaar moet zenden.

Beveiliging en aandachtspunten

  • Interne zekering: 3 x 10A autozekering.
  • Er is volgens de handleiding geen beveiliging tegen te hoge SWR.
  • De antenne moet dus goed afgestemd zijn voordat je de versterker gebruikt.
  • Bij hoge SWR of te veel instuurvermogen kan de versterker beschadigd raken.

Schakelaars en lampjes

  • AM / SSB schakelaar: in SSB-stand krijgt het relais een kleine vertraging, zodat de versterker bij korte spraakpauzes niet meteen afvalt. Voor AM en FM zet je hem op AM.
  • Receive Pre-Amplifier ON / OFF: zet de ontvangstvoorversterker aan of uit. Die kan zwakke signalen harder maken.
  • Amplifier ON / OFF: schakelt de eindtrap zelf in of uit.
  • TX lampje: laat zien dat de versterker aan het zenden is.
  • Pre-Amplifier lampje: laat zien dat de ontvangstvoorversterker aan staat.
  • Amplifier ON lampje: laat zien dat de versterker ingeschakeld is.
  • Input Attenuator: hiermee verlaag je de insturing en dus ook het uitgangsvermogen. Stand 6 is zonder verzwakking en geeft het meeste vermogen.
Porto

President Randy III+

President Randy III+

Dit is een draagbare 27MC-radio, meestal gewoon een porto genoemd. Hieronder staan de knoppen en functies uitgelegd. Zo kun je er als beginner mee starten, maar ook later snel iets terugzoeken.

1. Aan/Uit en Volume

Met de draaiknop zet je de Randy III+ aan of uit en regel je tegelijk het volume. Naar rechts is aan en harder, naar links is zachter en uiteindelijk uit.

2. Display

Het display toont onder andere kanaal, modulatie, accu-indicatie, menu-instellingen, TX/RX niveau en actieve functies zoals SCAN, VOX, DW, EMG, CTCSS/DCS, ANL, NB en HI-CUT.

3. Kanaal omhoog / omlaag

Met de `UP` en `DOWN` toetsen wissel je van kanaal. Bij een actieve scan kun je hiermee ook de scanrichting bepalen.

4. CTCSS / DCS en Menu

Met een korte druk zet je een opgeslagen `CTCSS`- of `DCS`-code aan of uit op het huidige kanaal. Dit werkt alleen in FM.

Met een lange druk open je het menu. Daar kies je met `UP/DOWN` een menu-item, bevestig je met `MENU` en verander je de waarde opnieuw met `UP/DOWN`.

5. Scan / DW

Met een korte druk start of stopt `SCAN`. De radio zoekt dan automatisch naar verkeer op andere kanalen.

Met een lange druk activeer je `DW` (Dual Watch). Dan wisselt de radio steeds tussen je huidige kanaal en een tweede ingesteld kanaal.

6. EMG / VOX

Met een korte druk schakel je tussen twee instelbare noodkanalen en daarna terug naar je gewone kanaal.

Met een lange druk zet je `VOX` aan of uit. Dan gaat de Randy III+ zenden zodra je spreekt, zonder dat je de `PTT` indrukt.

7. F toets

De `F` toets is een extra functietoets. Je gebruikt hem samen met andere knoppen voor extra functies. Bij het opstarten kun je er ook de landinstelling of bandconfiguratie mee kiezen.

8. Monitor

Met `MON` luister je tijdelijk mee ongeacht de squelch-instelling. Dat is handig als de squelch te ver dicht staat of als je wilt controleren of een kanaal echt vrij is.

9. ANL / NB - HI-CUT - Compander

Met een korte druk schakel je door de ruisfilters `ANL` en `NB`. `ANL` helpt vooral in AM tegen achtergrondruis. `NB` vermindert storingen en tikken in de ontvangst.

Met een lange druk zet je `HI-CUT` aan of uit. Dat filtert scherpe hoge tonen uit de audio.

Via `F` + deze toets zet je de `Compander` aan of uit. Die functie kan spraak net wat duidelijker laten klinken.

10. Mode / Zaklamp

Kort drukken wisselt tussen `AM` en `FM`. In bepaalde configuraties kun je hier ook tussen `CEPT` en `UK` wisselen.

Met een lange druk op de zaklampfunctie schakel je de ingebouwde lamp in of uit. Volgens de handleiding zijn er vier lichtstanden.

11. SQ-

Met `SQ-` verlaag je de handmatige squelch. Daardoor wordt de ontvanger gevoeliger en hoor je eerder zwakke signalen, maar ook sneller ruis.

12. SQ+

Met `SQ+` verhoog je de handmatige squelch. Daardoor wordt de radio stiller, maar kun je zwakke stations missen.

11 + 12. ASC

Door `SQ-` en `SQ+` tegelijk in te drukken schakel je `ASC` in of uit. `ASC` is een automatische squelch die ruis onderdrukt zonder dat je steeds handmatig hoeft bij te regelen.

13. HI / LO zendvermogen

Met `HI/LO` wissel je tussen hoog en laag zendvermogen. Op het scherm zie je dan `H` of `L`.

14. PTT

De `PTT` knop is de zendknop. Ingedrukt is zenden, losgelaten is ontvangen.

De radio heeft ook een `TOT` (Time Out Timer). Zend je langer dan ongeveer 3 minuten, dan stopt de radio automatisch.

15. Zaklamp

De Randy III+ heeft een ingebouwde zaklamp. Je kunt die inschakelen via de lampfunctie. Volgens de handleiding zijn er vier lichtstanden.

16. RX / TX LED

De status-led brandt rood tijdens zenden en groen tijdens ontvangen. Bij een bijna lege accu knippert de led geel.

Extra functies
  • `EMG + MON` lang indrukken: toetsenblokkering aan of uit.
  • `PTT + F`: Noise Gate aan of uit. Die helpt om achtergrondgeluid minder mee te nemen tijdens het zenden.
  • Externe aansluitingen: er is een ingang voor een externe microfoon en een aansluiting voor een externe speaker.
Menu

Houd `MENU` ingedrukt om het menu te openen. Kies een onderdeel met `UP/DOWN`, druk kort op `MENU` om te bevestigen en verander de waarde daarna weer met `UP/DOWN`.

Lange Afstand

Lange Afstand

Dit deel is handig als je wilt begrijpen waarom je soms veel verder komt dan normaal. Voor dagelijks lokaal gebruik hoef je niet alles hieronder meteen te onthouden, maar het helpt wel om te begrijpen wat je hoort.

De 11 meter band is de bekende CB-band rond 27 MHz. Daarom hoor je ook vaak de naam 27MC. De standaard CB-kanalen lopen ongeveer van 26.965 MHz tot 27.405 MHz.

De naam 11 meter verwijst naar de golflengte. Bij 27 MHz is die ongeveer 11 meter. Daarom zijn CB-antennes ook vrij lang vergeleken met antennes voor hogere banden.

Op 11 meter kun je lokaal verkeer draaien tussen auto's, vrachtwagens en basisstations. Met een goede antenne kom je lokaal vaak al een heel eind. Voor lokaal verkeer worden vaak FM en AM gebruikt. Voor grotere afstanden kiezen veel mensen SSB.

Soms reikt een signaal ineens veel verder dan normaal. Dat komt door propagatie. Het radiosignaal wordt dan niet alleen recht vooruit uitgezonden, maar wordt via lagen hoog in de atmosfeer teruggebogen naar de aarde. Daardoor kun je stations horen uit andere landen, terwijl dat op een gewone dag niet lukt.

Die propagatie hangt sterk samen met activiteit van de zon. Bij veel zonnevlekken en zonneactiviteit wordt de ionosfeer sterker geladen. Dat is een laag hoog boven ons, niet in de stratosfeer maar nog daarboven. Juist die ionosfeer zorgt ervoor dat signalen op 11 meter en 10 meter soms terugkaatsen en grote afstanden kunnen overbruggen.

De 10 meter band ligt rond 28 MHz en wordt vooral gebruikt door zendamateurs. Als die band open is, kun je ineens veel buitenlandse stations horen. Dan merk je snel dat de condities goed zijn voor lange afstand.

  • 11 meter = CB-radio rond 27 MHz.
  • 10 meter = zendamateurband rond 28 MHz.
  • Bij goede propagatie kun je op beide banden veel verder komen dan normaal lokaal bereik.